Polsklachten

Polsklachten?

  • Stekende pijn bij het steunen op de hand
  • Stijf gevoel in de pols bij het opstaan uit bed
  • Zeurende pijn in de gewrichten van de vingers
  • Gevoel van instabiliteit
  • Tintelingen in de vingers of pols/hand
  • Pijn na een trauma-moment

Dit zijn zomaar een aantal symptomen die zich voor kunnen doen bij polsproblematiek.

 

Maak een afspraak

Of bel meteen

 

Je kunt ook naar één van onze inloopspreekuren komen.

 

Lees hieronder verder voor meer informatie.

Polsklachten

De pols en hand zijn onmisbaar bij het uitvoeren van grijpfuncties. Hiervoor is belangrijk dat de onderarm, pols, hand en vingers ongestoord gecombineerd kunnen bewegen.

De meeste klachten aan de hand/pols regio zijn posttraumatisch.  Als gevolg van kneuzingen, scheurtjes en/ of letsel van de discus (het tfcc) kan er een vorm van instabiliteit ontstaan.

Buiten de instabiliteit zijn er ook nog andere redenen voor klachten in de pols/hand, voorbeelden hiervan zijn; carpaal tunnel syndroom, fracturen, inklemming, artrose, maar natuurlijk ook overbelasting klachten of een verminderde mobiliteit van de handwortelbeentjes.

Hieronder hebben we een aantal aandoeningen uitgediept.

Polsklachten

Carpaal tunnelsyndroom (CTS)

De botstukken van de hand liggen niet in één vlak. Er is sprake van een kromming waarvan de holle zijde aan de handpalm kant ligt. Over deze boog ligt een band (ligamentum carpi transversum) het zogenaamde carpale tunnel. De carpale tunnel is krap, een kleine ruimte, waarin veel structuren liggen. Veranderingen binnen de tunnel kunnen daarom snel voor compressie zorgen. De belangrijkste structuren die zich in de carpale tunnel bevinden zijn:

  • de n. medianus; zenuw
  • de buigers van de vingers en pols
  • de peesscheden die de desbetreffende pezen omhullen.

Prevalentie/Incidentie

  • Het voorkomen van CTS in Nederland bij volwassen vrouwen wordt geschat op 9%, bij volwassen mannen op 0,6% in 2011
  • CTS komt met name voor bij vrouwen in de leeftijdscategorie van 40-60 jaar

Oorzaak

  • CTS is al lang bekend als een repeterende bewegingsstoornis, waarbij herhaalde bewegingen van de hand een verhoogde druk in de carpale tunnel veroorzaken. De laatste jaren wordt er steeds meer bekend dat andere aandoeningen invloed hebben op het ontstaan van een CTS
  • De klachten die ontstaan wordt gekenmerkt door symptomen die voorkomen bij compressie van de nervus medianus (zenuw) in de carpale tunnel
  • Bij voortdurende compressie treden er ook afwijkingen op bij het zenuwgeleidingsonderzoek.

Beklemming van de n. medianus kan worden veroorzaakt door een tweetal basisfactoren

  • vernauwing van de tunnel zelf
  • verdikking van structuren die zich binnen in de tunnel bevinden

Vernauwing van de tunnel kan het gevolg zijn van

  • een van nature nauwe carpale tunnel (genetisch bepaald)
  • verdikking van de banden die over de carpale tunnel heen liggen
  • handwortelbeentjes die niet in de juiste positie liggen
  • bij herstel van een fractuur van een handwortel beentje
  • druk van buitenaf: bijvoorbeeld door langdurig te steunen op krukken, of door het werken met een computermuis, daarbij steunend met de pols op een tafel

Verdikking van structuren binnen in de carpale tunnel kan het gevolg zijn van

  • zwelling van pezen door een ontsteking
  • zwelling van peesscheden
  • oedeemvorming binnen in de pols (bijvoorbeeld in het derde trimester van de zwangerschap)
  • tumoren
  • zwelling of littekenvorming van de banden (na een trauma);
  • aandoeningen die weefselzwelling kunnen veroorzaken zoals: sclerodermie, reumatoïde artritis, posttraumatische dystrofie

 

Instabiliteit, bandletsel, (sub-)luxaties

De drie meest voorkomende vormen van instabiliteit zijn;

  • een instabiliteit tussen de twee handwortelbeentjes; scaphoideum en het lunatum
  • een instabiliteit tussen de handwortelbeentjes lunatum en triquetrum
  • een instabiliteit tussen de handwortelbeentjes in het midden van de hand.

De oorzaak van schade aan de band tussen het scaphoid en het lunatum, ligt meestal in een trauma op gestrekte arm met de hand naar achteren. Wanneer er een volledige scheur is van deze band, kan er een gap ontstaan tussen deze twee botdelen. Uiteindelijk kan dit leiden tot een DISI (Dorsal Intercalated Segment Instability )deformiteit. Kenmerkend hiervoor zijn de veranderende standen van deze twee botdelen. Schade aan de band tussen het lunatum en het triquetrum heeft dezelfde oorzaak en kan bij een volledige scheur leiden tot een VISI ( Volar Intercalated Segment Instability). Kenmerkend hiervoor zijn de verschillende standen van deze botdelen.

De meest voorkomende vorm van instabiliteit is de instabiliteit tussen de handwortelbeentjes in het midden van de hand (MCI; midcarpale instabiliteit). Deze vorm ontstaat niet door een trauma, maar komt vaak voor door aangeboren laxiteit. MCI hoeft niet altijd klachten te geven.

Na een fractuur of ten gevolge van reumatoïde artritis kan er ook instabiliteit ontstaan tussen de middenhandsbeentjes en het spaakbeen.

 

De Quervain

Over de zijde van het spaakbeen lopen er, ter hoogte van het begin van de pols, twee pezen van de duim met daar overheen een band. Deze band is er om te voorkomen dat deze pezen gaan ‘’bow-stringen”. Bij quervain is er onder deze band oedeem te zien met of een ontsteking van de spierpeesovergang  en/of een verdikking en fibrosering van de peesschede. Soms is er ook sprake van een ontsteking van de pees zelf (tendinitis) net onder deze band. Herhalende bewegingen van de pols  in een zwaai beweging met de duim naar beneden kan hiervan de oorzaak zijn.

  • Het voorkomen van een tendovaginitis van De Quervain in de algemene bevolking bedraagt 5 per 1000 personen voor mannen en 13 per 1000 personen voor vrouwen.
  • De aandoening komt vooral voor bij vrouwen tussen 35 en 55 jaar en vaker tijdens zwangerschap en in de periode dat borstvoeding gegeven wordt.

Klinische kenmerken

  • Grijpen, wringen, kind optillen en het hameren van spijkers kan de pijn provoceren
  • Inflammatie neemt toe bij langdurige herhalingen of vergelijkbare belasting
  • Vaak is er ook zwelling te zien boven deze tunnel
  • Het komt vooral voor bij vrouwen tussen de 30 en 50 jaar en kan in associatie gebracht worden met diabetes mellitus, reumatoïde, psoriatische of inflammatoire aandoeningen, een lokaal trauma, zwangerschap of na de bevalling in de postpartum periode.

 

Artrose

  • Het voorkomen van artrose is niet eenvoudig vast te stellen, omdat er sprake is van forse discrepantie tussen klinische symptomen en radiologische afwijkingen. Het merendeel van de mensen in de leeftijdscategorie ouder dan 55 jaar heeft radiologische kenmerken van artrose van de hand of pols, maar van de deze groep heeft ongeveer 20% klinische symptomen.
  • Handartrose komt veel voor aan de basis van de duim, het voorkomen hiervan wordt geschat op 30% bij mensen ouder dan 30 jaar. Met het toenemen van de leeftijd neemt het voorkomen van artrose toe tot 81%.
  • Bij artrose van het duimgewricht komt bij 20-25% tegelijkertijd een carpaal tunnel syndroom voor en in 5% komt ook de Quervain voor. (zie hierboven)
  • Artrose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Oorzaken:

Artrose kan verschillende oorzaken hebben. Het verlies van gewrichtskraakbeen en de nieuwvorming van bot kunnen het gevolg zijn van langdurige mechanische belasting, een eerder trauma of instabiliteit van het gewricht. Artrose komt vaak voor zonder aanwijsbare onderliggende oorzaak (primaire artrose) of bijvoorbeeld bij een onderliggende aandoening zoals bijvoorbeeld reumatoïde artritis (secundaire artrose).

De Britse NICE guidelines benadrukken dat artrose niet slechts een degeneratief proces is, maar een actief proces, waarin verlies van gewrichtskraakbeen leidt tot toegenomen activiteit van het onderliggende bot, wat zich uit in het aanmaken van extra bot en een ontstekingsreactie. Dit betekent dat er bij artrose sprake is van een proces van reparatie. In het algemeen gaat het om een langzaam, maar efficiënt reparatieproces dat vaak kan compenseren voor de initiële schade. Bij een deel van de mensen kan de weefselschade echter niet worden gecompenseerd en ontstaan symptomen als pijn en stijfheid. Deze processen verklaren ook waarom er zoveel variatie is in klinische presentatie van artrose, tussen verschillende personen, maar ook tussen verschillende gewrichten. [NHG-Standaard Hand- en polsklachten]

Klinische kenmerken

Artrose is een klinisch syndroom gekenmerkt door gewrichtspijn, stijfheid en functiebeperking. Artrose in de hand komt meestal voor aan de volgende gewrichten:

  • duimbasis
  • vingergewrichten
  • vorming van benige verdikkingen (noduli)
  • pijnklachten bij artrose treden vaak op in aanvallen van pijn, die gepaard kunnen gaan met stijfheid warmte en hydrops.[NHG-Standaard Hand- en polsklachten]

Behandeling:

  • De Britse NICE guidelines en de NHG standaard Hand- en polsklachten adviseren fysiotherapie aan bij artrose.

 

Fracturen (Smith, Colles, naviculare)
Uit onderzoek blijkt dat circa 17% van alle gediagnosticeerde breuken een breuk van het spaakbeen betreft. Deze breuk komt in alle leeftijdsgroepen en zowel bij mannen en vrouwen voor, echter onder post-menopauzale vrouwen is er sprake van een verhoogd risico als gevolg van osteoporose. Vrouwen vanaf 50 jaar hebben een kans van 15% om in hun verdere leven een breuk van het spaakbeen( distale radiusfractuur) op te lopen. Onder jongere mensen wordt het voorkomen van deze breuk beïnvloed door het al dan niet uitvoeren van bepaalde recreatieve activiteiten zoals contactsporten, skiën, snow- en skateboarden. Het ontstaan van deze breuk komt vaak door een val op de uitgestrekte hand, ook wel aangeduid als FOOSH (fall on outstretched hand). De breuk van het spaakbeen kan nog onderverdeeld worden in 2 verschillende vormen;

  • Colles, 89% van alle breuken van het spaakbeen

Een breuk buiten het polsgewricht waarbij het gebroken stuk van het spaakbeen

naar achteren is gedislokeerd. Bij 50% is er ook een breuk van de ellepijp.

Mechanisme: val voorover met uitgestrekte hand.

  • Smith (reversed Colles fractuur) , komt bijna niet voor

Een breuk buiten het polsgewricht waarbij het gebroken stuk van het spaakbeen

Naar voren is gedislokeerd.  Mechanisme: achteruit vallen op gestrekte hand

(gebogen pols)

De meest voorkomende fractuur van het polsgewricht is een fractuur van het os scaphoïd (het scheepsbotje). Dit ontstaat door een val de uitgestrekte hand met een overstrekte pols (skaten, skeeleren, skateboarden, snowboarden, contactsporten).

Behandeling: Na een fractuur en een periode van immobilisatie kan de fysiotherapeut weer helpen om de mobiliteit te verbeteren en het kracht uithoudingsvermogen op te bouwen.

 

Bel of mail gerust voor informatie en/of voor het maken van een afspraak.